recensies    
2003
Tentoonstelling in het provinciehuis, Dreef 3 te Haarlem.
Landschappen en boomstronken vormen de kern van de tentoonstelling met werk van Els Moes. Ogenschijnlijk lijkt het streng werk, maar bij een nadere beschouwing maakt de intensiteit van het werk indruk op de beschouwer. Els Moes werd gefascineerd door afgezaagde bomen. Ze verdiepte zich in hun geschiedenis, in hun omgeving en hun plaats waar ze ooit groeiden. Inmiddels heeft ze een aantal jaren bomen geschilderd, in een verstilde atmosfeer. De ruimte rondom een boomstronk staat voor alles wat er ooit eens was, wat verdwenen is en wat we nu niet meer kunnen waarnemen. Elke boomstronk staat voor hoop en verwachting, verwachtingen van al het nieuwe dat nog komen gaat. Els Moes is een forser. Ooit werkte ze bij de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek. Het is dan ook niet vreemd dat zij zich met een archeologisch oog richt op bomen en vervolgens, sinds enkele jaren, ook op de omgeving. Op de tentoonstelling zijn dan ook een aantal (recente) landschappen te zien. De werken zijn uitgevoerd in een gestileerde vorm met een eenvoud die krachtig genoemd kan worden.

Gerrit Bosch, conservator
  Haarlems Dagblad 17 september 2003
Beeldende kunst – recensie
Jeroen Hendriks
Els Moes; schilderijen. Te zien: Provinciehuis, Dreef 3, Haarlem.
Van 9 september tot en met 7 oktober 2003
Open: ma-vr 09.00-17.00.
Els Moes schildert de leegte Deze zomer bracht Het Raadhuis voor de Kunst in Velsen een tentoonstelling getiteld 50 Hoog . Exposanten waren de kunstenaars die hun atelier in het voormalige bestuursonderkomen hebben en zich gezamenlijk het Kunstenaarscollectief Velsen noemen. Hoewel er aardig werk te zien was, was de tentoonstelling als geheel tamelijk zwak. Het werk van schilderes Els Moes sprong er in positieve zin uit. Ook Gerrit Bosch, conservator van de provincie Noord-Holland, zijn Moes' kwaliteiten in het oog gesprongen. Hij nam de kunstenares op in zijn reeks Dreefexposities in het provinciehuis.
Dat is niet verwonderlijk, want Moes schildert in een beperkt aantal varianten vooral landschappelijke thema's, blijkens diverse tentoonstellingen de afgelopen jaren precies een favoriet van Bosch. Daarbij doet ze dat op een manier die zeker intrigerend is.
De tentoonstelling in het provinciehuis is gevuld met een kleine twintig werken, die in een viertal subonderwerpen zijn onder te verdelen: glooiende landschappen, vlakke landschappen, boomstronken en bankjes in de ruimte. Alle vier weet zij die in lange reeksen te variëren zonder daarbij de spanning te verliezen. Sterker nog, met ieder schilderij wordt het spectrum aan sfeerbelevenissen voller, breder en verwonderlijker. Als een componist maakt zij eindeloze variaties op een thema, die uiteindelijk samen een grote symfonie vormen waarin de beschouwer door een wijds scala aan emoties geleid wordt.
Moes' doeken zijn sober, ijl en eindeloos genuanceerd wat betreft compositie, kleurgebruik en toon. In ieder stuk lijkt het heiig of schemerig te zijn. De ene keer is het landschap glooiender dan de andere keer, de luchten hebben steeds net een andere kleurschakering, de afgezaagde boomstronken zijn dan weer smaller, gladder en fragieler, dan weer dikker, grilliger en robuuster. Maar Moes schildert vooral ook de leegte en de ruimte. In haar stukken is wat niet geschilderd en afwezig is nog belangrijker dan de concreet getoonde afbeelding. Die afbeelding is niet meer dan een momentane ordening van de alom aanwezige stroom van chaos en beweging. Slechts een middel om door te breken tot de mentale ruimte. Zo zijn Moes' stukken verstilde, meditatieve iconen waar de beschouwer zijn blik maar vooral ook zijn geest eindeloos doorheen kan laten dwalen. Wie één stuk een half uur lang aaneengesloten beziet, ziet een half uur lang steeds weer iets anders en begrijpt voor eens en voor altijd dat alles in het leven vliedend is.
Het contrast tussen enerzijds de leegte en verstilling en anderzijds de volheid en beweging, komt misschien nog wel het sterkst tot uitdrukking in Moes' doeken van afgezaagde boomstronken. Als ware het grafzuilen is hierin duidelijk iets ten einde gebracht: wat eens een boom was, is nu slechts een stronk. Maar het is ook een geschilderd voortbestaan, overal in de leegte van het doek krioelt het al van nieuw, nog onbenoembaar leven. Sterker zijn de ijl-grauwe schilderijen door Els Moes, die hierin de relatie tussen landschappelijke en mentale ruimte lijkt te exploreren.